Sociale veiligheid op school

pest-gedrag is te voorkomen door een visie te ontwikkelen
tekening: Aemka0ne

Sociale veiligheid is gekoppeld aan vertrouwen hebben. Vertrouwen is een gevoel, sterk verbonden aan intuïtie. Sociale veiligheid is dan ook een subjectief begrip en niet een objectief te duiden kenmerk van een situatie.

In onveilige, onrustige groepen is de kans op pest-gedrag hoog. Pesten heeft ingrijpende en lang doorwerkende gevolgen. Het heeft een effect op slachtoffers, op daders en op een hele groep. Het vraagt van volwassenen voortdurende alertheid op wat er in een groep gebeurt.

De leraar is onderdeel van de groep. Hij moet niet alleen leiding geven aan leerprocessen, maar moet ook bijsturen in sociale processen. Dat is niet eenvoudig, want een onveilige groep is ook voor de docent onveilig.

Scholen zijn wettelijk verplicht een antipest-protocol te hebben, een antipest-coördinator aan te stellen en de sociale veiligheid in de school te monitoren. Of dat nu het beste antwoord is op dit complexe vraagstuk is de vraag. Want het kan ‘schijnveiligheid’ in de hand werken: het ontslaat docenten niet van de verantwoordelijkheid iets met het pest-gedrag, de onveiligheid in de klas te doen.

Vaak hebben scholen de neiging om in te zetten op meer regels en strikte naleving daarvan. Onderzoek wijst uit dat preventief handelen vele malen beter werkt dan curatieve maatregelen.

Er bestaat geen ‘recept’ voor omgaan met pest-gedrag, geen ‘formule’ voor de preventie ervan, want iedere situatie is anders en vraagt iets anders van de docent. Wat bij de ene docent werkt is niet één op één te kopiëren naar een ander. Wat in de ene situatie prima werkt kan in een andere situatie weinig tot geen effect hebben.

Durven leerkrachten wel op hun intuïtie te vertrouwen, op hun ‘onderbuikgevoel’? Want juist dat kan ervoor zorgen dat situaties correct worden ingeschat, dat op tijd wordt gesignaleerd en dat kennis en vaardigheden goed worden ingezet.

Cruciaal is dat leraren met elkaar blijvend het gesprek aangaan en een visie ontwikkelen. Eigen oordelen en vooroordelen herkennen en erkennen, met en van elkaar leren en samen expertise ontwikkelen. Dan wordt het mogelijk om open naar dit soort moeilijke situaties te kijken en samen te beslissen wat in een specifiek geval de beste strategie lijkt.

Binnen de AOS Midden-Brabant is de afgelopen jaren aandacht besteed aan professionalisering rondom pesten. Mijn bijdrage daaraan was een ontwerponderzoek waarin visievorming centraal staat. Ik heb een workshop ontwikkeld waarbij een werkvormenpakket wordt ingezet. Eind maart wordt daarnaast een spellenpakket gericht op leerlingen uitgebracht.

De pakketten zetten op een laagdrempelige manier aan tot nadenken, over eigen handelen en over de kracht van de groep.

Voor Script! is onlangs een Talk opgenomen over dit onderwerp.

Voor meer informatie: www.kieresoe.nl waar meer artikelen over dit onderwerp te vinden zijn en ook het volledige onderzoeksverslag.

Lucy Reijnen (reijnen.l@2college.nl)

27 februari 2018

MEd en M SEN, gespecialiseerd in pestpreventie, docent drama, trainer en trainingsacteur.

 

Literatuur

Biesta, G. (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Culemborg: Phronese.

Broersen, A., Ossenblok, A., & Montesano Montessori, N. (2015). Pesten en sociale veiligheid op scholen. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 108-119.

Brown, B. (2010). The gifts of imperfection. Minnesota: Hazelden.

Van Stigt, M. (2016, september 19). Waarom anti-pestprotocollen niet werken. Opgehaald van Socialevraagstukken.nl: http://www.socialevraagstukken.nl/column/waarom-anti-pestprotocollen-niet-werken/

Wassink, H. (2014, mei 30). Zo’n protocol tegen pesten ontheft leraar van initiatief. NRC.

Anti antipestclub?

De week tegen pesten is weer voorbij. Veel scholen hebben extra aandacht besteed aan allerlei pestpreventieve maatregelen. Vaak in de vorm van allerlei werkvormen en spelletjes waardoor leerlingen elkaar beter leren kennen, gericht op samenwerken, gericht op het optimaliseren van de sfeer in de groep. Ook in de media was er aandacht voor pesten en hoe daar mee om te gaan. Een van de programma’s de ‘Antipestclub’ heeft een prestigieuze prijs gewonnen ‘De gouden Roos’ voor het beste kinderprogramma in Europa. Toch heb ik dubbele gevoelens na het bekijken van de programma’s.

 

De ‘Antipestclub’ is een dagelijks EO-programma geweest tijdens de Week tegen Pesten. In het programma gaat de presentatrice Anne-mar Zwart met een cameraploeg naar een schoolklas waarin gepest wordt. Ze heeft onder meer een voor-gesprekje met kinderen uit de klas die gepest worden en ‘overvalt’ dan de klas. Er volgt een kringgesprek waar klasgenoten horen wat het pesten doet met kinderen die gepest zijn. Vervolgens doen ze allemaal een antipestclub-armbandje om en beloven samen een vuist te maken tegen pesten en voortaan voor elkaar op te komen. Daarna is er een  klassenactiviteit georganiseerd waarbij kinderen samen iets leuks doen. Tot slot gaat Anne-mar na enkele weken terug naar de school om te constateren dat het pesten is opgehouden of sterk verminderd is.

Gepeste kinderen voelen zich door de tussenkomst van het programma gehoord en gezien en ook serieus genomen. Vaak durven ze niet te vertellen aan volwassenen of klasgenootjes hoe erg het is. In elke aflevering vertellen kinderen dat ze iedere dag met lood in hun schoenen naar school gaan. Een aantal kinderen zegt zelfs dood te willen. Wat de kinderen vertellen tijdens de kringgesprekken is heftig en het komt stevig aan bij hun klasgenoten.

Wat mooi is dat het helpt. Fijn ook dat er niet wordt ingezoomd op de daders. De focus wordt gelegd op de oplossing waardoor er zonder gezichtsverlies een nieuwe start gemaakt kan worden. De interventie van het programma zorgt voor een verbetering in de sfeer in de klas en het pesten verdwijnt of vermindert.

Waar is de leerkracht?

Wat me opvalt is dat de leerkracht totaal afwezig is in het programma. De kinderen moeten het blijkbaar helemaal zelf doen. In de ‘live stream’ waar kinderen naar toe kunnen na afloop van het programma zegt Anne-mar dat hulp vragen aan de leraar door de groep gezien wordt als klikken en dat ze het beter met elkaar kunnen oplossen. Dit komt omdat de meester of de juf er een beetje buiten staan. Die hoort wel bij de klas, zo zegt ze, maar omdat kinderen vaak zonder juf of meester zijn is het beter om het zelf op te lossen.

Anja de Groot is een basisschoolleerkracht die zegt in het televisieprogramma ‘Pauw’ dat ze niet getwijfeld heeft toen ze de vraag kreeg om mee te doen aan het programma. Ze zegt dat meedoen aan dit programma kinderen verder helpt en dat ze met de neus op de feiten worden gedrukt. Als Pauw haar vraagt of daar een televisieprogramma voor nodig is reageert ze dat leerkrachten nu eenmaal niet alles zien en dat ze al heel veel doen om pesten tegen te gaan. Ze zegt dat ze het natuurlijk ook zonder televisieprogramma redt.

Dit waag ik te betwijfelen. Het hele televisieprogramma bewijst namelijk dat ze het niet voor elkaar heeft gekregen om de sfeer ten goede te keren en het pesten te stoppen.

Anja de Groot staat niet alleen. Heel veel leerkrachten ervaren handelingsverlegenheid wanneer het gaat om pestproblematiek. Het is de meest complexe situatie waar je in het onderwijs mee te maken krijgt. En elke situatie is weer anders. Bij ieder pestprobleem moet opnieuw bedacht worden hoe er het beste gehandeld kan worden. Liefst in samenspraak met collega’s.

Leerkrachten op de basisschool maar ook in het Voortgezet Onderwijs moeten alert blijven, signalen oppikken en tijdig, preventief handelen. Maar eerst en vooral is het belangrijk dat leerkrachten het gesprek met elkaar blijven voeren en samen met en van elkaar lerend zorgen dat scholen voor kinderen veilig zijn.

Anti Antipestclub?

Welnee! Het is een goed programma, het format deugt en ook de presentatrice is een prettig persoon met oprechte belangstelling en het hart op de juiste plaats. Het is goed wanneer kinderen dit programma te zien krijgen. Want de boodschap is duidelijk de groepsdynamiek is het belangrijkst wanneer pesten aangepakt moet worden. Samen verantwoordelijk en voor elkaar opkomen.

Maar de leerkracht kan/moet een cruciale rol spelen. De leerkracht moet het voortouw nemen en leiding geven aan het groepsproces. Want de meester of juf staan niet buiten de groep maar zijn er onderdeel van. Een belangrijk onderdeel dat sturing, begeleiding en veiligheid moet bieden.

De PABO en de lerarenopleidingen zouden docenten beter moeten toerusten met kennis en vaardigheden op juist dit specifieke gebied. En de antipestclub? Volgend jaar kijk ik weer!

Bronnen:

Live stream: https://www.youtube.com/watch?v=uZvI815EBQ0

Interview: https://www.youtube.com/watch?v=CDhgdPx-Sv0